| Bliksems zijn vaak gewilde objecten om te fotograferen. De combinatie van het spectaculaire en unieke van dit natuurfenomeen maken het onderwerp gegeerd. Nu, de wil is er dan wel, maar hoe eraan te beginnen? In alle geval, het fotograferen van een bliksem vraagt meer geluk dan technische kennis.
Maar de vraag wordt veel gesteld, en hier wordt getracht er een kleine opheldering over te geven.
Benodigdheden: een onweer, een fototoestel en liefst nog een statief, of een object in de buurt waar je je toestel op kan zetten zodat het niet beweegt. Instellingen en compositie: over de meeste instellingen, wordt in het volgende puntje ‘praktijk’ teruggekomen, vermits er daar de uitleg gegeven wordt. Echter kan al wel een goede diafragmawaarde gegeven worden. Voor DSLR-camera’s ligt de beste diafragmawaarde rond de F/8-waarde, voor compactjes en prosumers ligt dit iets lager. Daar zijn door de kleinere sensor scherpere foto’s mee te maken op kleine f-waarden. Praktijk: een bliksem vastleggen is niet zo heel moeilijk. Dé bliksem vastleggen, is een andere zaak, vermits de natuur bepaalt waar de bliksem komt en hoe ie eruit zal zien. Maar begin met een aantal ‘gewone’ bliksemfoto’s, en gaandeweg ontdek je de beste instellingen, en leer je het gedrag van een bliksem kennen. Om beweging te voorkomen, maken we een onderscheid tussen compactjes en prosumers enerzijds, en DSLR’s anderzijds. Voor de compactjes en prosumers kan je gebruik maken van de shutterlag en de scherpstellingvertraging. Daardoor is er enige tijd tussen het afdrukken en het belichten, waardoor beweging geen kans krijgt. Voor DLR’s is dit niet toepasbaar, maar zijn afstandsbedieningen voorhanden. Een tip die voor beide soorten toestellen geldt: gebruik de zelfonstpanner! Ook dit helpt zeer goed tegen de beweging. Dus trek bij een onweer naar een veilige plaats, waar je toch nog een mooie compositie kan vormen. Daar kijk je naar enkele mooie bliksems, en dan weet je waar je de volgende kan verwachten. Wanneer is echter veel moeilijker, en daarom maken we gebruik van de lange sluitertijd. Als je ongeveer weet waar ie komt en de compositie hebt bepaald, neem je een lange sluitertijd. Dertig seconden is mooi, meestal heb je er dan wel één of zelfs meerdere te pakken. Uiteraard kan het met vier seconden ook, maar dan ben je continu bezig met op de knopjes te drukken, en zullen de bliksems meestal komen terwijl het toestel de foto aan het wegschrijven is op het geheugenkaartje. Na de dertig seconden (of meer of minder), is het dan maar even afwachten of je er eentje had. Blijven proberen is in elk geval de boodschap. De grillen van de natuur zijn onvoorspelbaar, ook voor fotografen. Maar als je dan die ene mooie bliksem hebt weten vast te leggen, mag je wel trots zijn. Veel geluk alvast, en blijf voorzichtig!
Veiligheid: denk eraan: je bent nog altijd met een uiterst gevaarlijk natuurfenomeen aan het spelen. Voorzichtigheid is dus geboden! Je kan veilig van thuis uit fotograferen, vanuit de living, het terras of je kamer. Maar uiteraard, de beste en mooiste foto’s zijn in de natuur zelf getrokken, of met een mooi bouwwerk in de buurt. Dan stel je jezelf wel bloot aan de bliksem, wat gevaarlijk is. Je zou niet de eerste mens zijn waarop de bliksem inslaat.
|
© 2005 Belgiumdigital


