Tips > Inleiding tot een basiscursus in digitale fotografie

Skitch  30/09/2005
   
Welke camera geschikt is voor u, de basisprincipes van fotografie, en enkele specifieke situaties om te fotograferen
Inleiding tot de `basiscursus`:
 
Deze cursus heeft volgende doelstellingen :
  -  Aanschaf van de voor jou geschikte digitale camera.
 
  -  De fotografische basisprincipes stap voor stap toelichten, dit voor zowel de absolute beginners als de gevorderden.
 
  -  Inleiding tot het hanteren en gebruiken van je camera, ook in specifieke situaties.
 
Inhoud:
    1. Aanschaf van een digitale camera
    2. Correcte belichting en sluitertijd
    3. Diafragma
    4. Toepassing in de camera
    5. EV-compensatie
    6. Overige basisinstellingen
Alvast veel moed en volharding gewenst!
 
1 Aanschaf van een digitale camera:
 
Indien je van plan bent om een digitale camera aan te kopen, en je je al een beetje geïnformeerd hebt, zal je waarschijnlijk door de bomen het bos niet meer zien. Keuze te over en wekelijks verschijnen er nieuwe modellen. De digitale revolutie is niet te stoppen.
 
In plaats van hier alle modellen met hun eigenschappen te vergelijken, krijg je simpelweg dit advies:
 
Stap eens binnen bij je vertrouwde fotohandelaar en bespreek daar uw wensen en vereisten. Deze vakmensen zijn de aangewezen persoon om je te adviseren in een model dat bij jouw profiel en behoeften past. Rijzen er na aankoop problemen over gebruik en dergelijke, dan zal je fotograaf je ook graag verder helpen.
Vergeet ook niet om raad te vragen aan gelijkgestemden. Hier op het BD-forum dus. De meeste digitale fotografen op BD weten hoe je je “voelt” bij de aanschaf van een nieuw toestel.
 
Eén bedenking geef ik verder wel mee:
 
Voor velen is een digitaal fototoestel het eerste toestel dat ze aankopen. Voor anderen, de overstappers van analoog naar digitaal, is het een beetje moeilijker om afscheid te nemen van de filmrolletjes. Want de aankoopprijs van een digitale camera is hoger dan een filmequivalent. Je moet er wel rekening mee houden dat er voor digitaal geen filmpjes meer moeten aangekocht worden. En dat er geen ontwikkelingskosten zijn. Niet alle genomen foto’s worden afgedrukt. Je hoeft ook niet meer te twijfelen of je een foto al dan niet gaat nemen, er zijn toch geen bijkomende kosten. Gaan we uit van een gemiddeld filmverbruik van 20 filmpjes per jaar, aan 0,30€ tot 0,50€ per ontwikkelde foto (incl. film en ontwikkelkosten) dan kom je aan een kleine 400€.  Stel dat je 1/3 van je digitale kunstwerkjes laat afdrukken, dan zit je nog met een "winst" van 250€ per jaar. Hier is dan uitgegaan van een niet al te excessief filmverbruik. Digitaal zal je al snel merken dat je vaker die ontspanknop indrukt.. "Het kost toch niks meer!" Wegens de ontwikkelkosten vertoont dit gedrag zich niet vaak bij het gebruik van 'filmcameras'.
 
Het advies is dus: Ga niet steeds voor de goedkoopste oplossing, maar bekijk het geheel en investeer liever iets meer in je digitale compagnon; dit zal zich rechtstreeks vertalen in een groter gebruikersplezier naderhand. Mocht je alsnog twijfelen aan je geadviseerde keuze, bezoek dan het BelgiumDigital-forum en zoek daar even op of je vraag niet reeds beantwoord is (search rechtsboven) of gooi je vragen in de groep. Je zult snel merken of je de goede keuze maakt.
 
Zo, en nu iedereen de aanschaf van een batterijlader kan verantwoorden: Op naar de cursus zelf

2 Correcte belichting:

 
De sensor heeft voor een 'correcte' belichting een bepaalde hoeveelheid licht nodig. Deze lichthoeveelheid staat vast voor elke filmgevoeligheid. In een camera zijn er twee manieren om deze lichthoeveelheid te beïnvloeden: het diafragma (of de relatieve lensopening) en de sluitertijd bepaald door de sluiter.

 
Vereenvoudigde cameradoorsnede.

Irisdiafragma

Het irisdiafragma bestaat uit vele gebogen en overlappende lamellen. Naargelang de gewenste opening verdraaien deze zich om aldus een cirkelvormige opening in het midden te creëren die dan fysiek de lichthoeveelheid naar de CCD beperkt.
 
Gaan we er voorlopig van uit dat de camera steeds de 'correcte' lichthoeveelheid kent. Dan wordt de lichthoeveelheid op de CCD geprojecteerd door een combinatie van diafragma en sluitertijd. Vergroot het diafragma voor een gegeven opname, dan verkleint de sluitertijd en omgekeerd. Dit is logisch. Er moet voor een bepaalde filmgevoeligheid steeds eenzelfde hoeveelheid licht binnengelaten worden.
 
Een simpele verduidelijking wordt voorgesteld in volgende (quicktime) animaties (oproepen door op de afbeeldingen te klikken).
In beide gevallen moet eenzelfde hoeveelheid water (licht) in de bak (CCD) terechtkomen.

 Dit kan door een kleine aanvoeropening en trage sluiter  of door een grote aanvoeropening en snelle sluiter
 
 


Goed, maar als de lichthoeveelheid gelijk blijft, vanwaar dan de verschillende combinaties?!?
 
Wel, diafragma en sluitertijd zijn twee verschillende invloeden: het diafragma bepaalt de scherptediepte of het gebied dat scherp op foto komt. De sluiter daarentegen bepaalt louter hoe snel het licht wordt afgebroken. De sluitertijd is hoofdzakelijk van belang voor actiefoto`s: om te voorkomen dat een snel bewegend object wazig op foto komt, kiest men een snelle sluitertijd.
 
Sluiter:
 
Je kan de sluitervergelijken met een kamergordijn:
 
Beeld je in dat we de wagen vanuit de woonkamer willen fotograferen. Wel, als je nu in staat was de gordijnen zeer snel te openen en te sluiten (korte sluitertijd) krijg je bovenstaand beeld. Alle actie is bevroren.
 
 
Als je de gordijnen trager zou openen en sluiten (grote sluitertijd), zou je veranderingen zien en zien dat er nog lintjes aan de wagen van de getrouwden hangen en waarom die bloem reden heeft tot rennen.
 
Het fotografisch effect is vergelijkbaar maar oogt anders. Onze ogen verversen het beeld constant en daardoor zien wij alles steeds als enkelvoudig object met dezelfde omvang. Een foto-opname daarentegen wordt niet ververst en alles wat zich in de zoeker bevindt tijdens de opname blijft vastgelegd. I.p.v. lintjes zou je dus een lange groene streep zien met een hoogte gelijk aan die van de wagen. Vandaar het gekende effect van de lange sluitertijden.
 

korte sluitertijd
lange sluitertijd

De sluitertijden werden bepaald via een wiskundige reeks; namelijk:
St = 0,001 x 2ˆn (sec) met n = {...-2,-1,0,1,2,3,...}
 
Zo, sluitertijd verklaard, snel en simpel. Het diafragma is iets complexer.

3 Diafragma:
 
Het diafragma is bepalend voor de scherptediepte in de foto. Dit is de afstand waarover alle tussenliggende objecten scherp worden afgebeeld op de foto.
 
Ze wordt uitgedrukt in een reeks waaronder bvb f / 2.8 of  f / 8. Hoe lager het nummer, hoe onscherper. Het schijnbaar effect vergroot bovendien naarmate de brandpuntsafstand groter wordt. f/2.8 bij 50 mm geeft in dezelfde compositie een minder wazige achtergrond dan f / 2.8 bij 100 mm.
 
Klein diafragma (8.0)
 
groot diafragma (2.8)
 
Scherp?!? Ja, wat is scherpte eigenlijk?
 
Wel, de scherpte van een foto kan vergeleken worden met de scherpte van een mes. Hoe dunner de snede, hoe scherper het mes. Een chirurgisch scalpel bijvoorbeeld is vlijmscherp, en heeft hiertoe een flinterdunne snede.
 
Een spade daarentegen snijdt ook nog maar heeft een dikkere snede. Een ijzeren staaf van 1 centimeter snijdt dan weer niet, conclusie; ze is niet scherp. De snede is te dik.
 
Idem voor de fotografie: hoe dunner de op CCD (film) geprojecteerde lichtvlek, hoe scherper zijn afbeelding. Afbeeldingpunten met een diameter > 1/30 (arbitraire grens) millimeter worden door de gemiddelde mens als wazig ervaren. Men noemt de diameter van deze afbeeldingpunten de verstrooiingscirkel.
 
En, awel,..., ik heb toch nog nooit lichtvlekken voor mijne camera gezien? Legt dat eens uit...
 
Wel, deze lichtvlekken komen inderdaad slechts tot stand binnen de lens zelf. hier komt de optica kijken. Zuiver optisch gezien is er slechts sprake van absolute scherpte voor 1 bepaalde voorwerpsafstand, namelijk diegene waarvan de afbeelding exact in het lensbrandpunt valt. Omdat niemand perfect is kunnen we deze scherptegrens gelukkiglijk uitbreiden tot voorvermelde 1/30 millimeter. Dat zien onze slechte oogjes ook nog als scherp
 
Nu, het eigenlijke diafragma is een opening. Namelijk de relatieve lensopening. Het is deze opening die de diameter van de binnenstromende lichtbundel bepaalt.
 
In volgende figuur is het diafragma de binnenste "witte" cirkel. 
 
 
Diafragma wordt uitgedrukt in een reeks cijfertjes, onder vorm van "f / a" (met a bvb 5.6) en dat heeft zijn reden:
Dip = f / a of Diafragmaopening = brandpuntsafstand / diafragmagetal. Dit geeft dus steeds de grootte van de opening in mm. Diafragma f / 4.0 bij 50 mm geeft dus een kleinere opening (12.5 mm) dan f / 4.0 bij een 200 mm tele (50 mm).
 
Dit verklaart waarom het werkelijke effect constant is bij elke brandpuntsafstand, hoewel we het anders ervaren.Het is dus louter een simpele uitdrukking voor een uniform formuletje.
Bij diafragma f / 1 wordt de opening gelijk aan de brandpuntsafstand. Zie ja al een 300 mm tele met een opening van 30 cm (300mm)? We zouden gewichtheffers moeten zijn. Grotere openingen vereisen vooral in de langere brandpunten vrij grote perfect geconstrueerde lenzen en ja, die zijn duur.
 
Kan het nog saaier ja???
 
Ja, nog even doorbijten aub...
 
Laten we verduidelijken aan de hand van enkele figuren (klik voor vergroting);
 
 
Stel je voor dat een reuzenslak je huis steelt. Je wil dan natuurlijk een foto als bewijs voor de verzekering. Wie gelooft dat immers?
Neen, serieus.
 
Een foto is eigenlijk een puzzel van lichtvlekjes. Hij komt tot stand door eindeloos vele door voorwerpen gereflecteerde lichtstralen (noem ik even bronpunten). Dit vormen uiteindelijk de beeldpunten. Vermoedelijk zal ook nooit een camera bestaan die elk punt kan capteren.
Elk bronpunt wil afgebeeld worden op foto en gaat dus onder andere reflecteren richting lens. Wat er nu gebeurt is optica:
Bekijken we volgende figuren, dan onderscheiden we 3 dingen:
  1. Voorwerpen voor de lens
  2. Lens en diafragma (midden)
  3. CCD (rechts)
We nemen voor ons bewijsmateriaal een scherpstelpunt op de kop van de dief (geel). Je ziet dat dit resulteert in een perfect punt op de CCD, dit omdat onze lens zo ingesteld is dat de voorwerpsafstand (kop-lens) overeenstemt met de beeldafstand (lens-CCD). Punten die voor of achter het scherpstelpunt liggen worden afgebeeld als vlekken. Niets aan te doen.
 
Maar vanwaar die kegel??? Wel, die ontstaat doordat reflectie in alle richtingen gebeurt, voor zover mogelijk. Dit resulteert in een cirkeluitsnede of kegel in de richting van de lens.
De reden waarom grotere diafragmaopeningen een waziger beeld geven volgt ook uit de figuur, puur driehoeksmeetkunde. Bovendien is de scherptediepte bij telestanden veel kleiner daar de verstrooiingscirkel sneller vergroot naarmate de afstand ten opzichte van het scherpstelpunt verandert.
 
 
 
Nu 'De grote oversteek' naar digitaal:
 
De scherptediepte voor een gegeven diafragmawaarde is bij een digitaal toestel veel groter. Met andere worden: een mooi wazige achtergrond verkrijgen, zelfs bij f/2.8 en 100 mm (equivalent) is vaak onmogelijk.
Hoe komt dat?
Wel, dit heeft mijn inziens niets te maken met het kortere brandpunt, of een kleinere CCD zoals overal op het Internet wordt aangehaald. Waarom niet?
Wel, dat staat uitgebreid in deze pagina
 
De verklaring:
 
Deze heeft dus wel te maken met de CCD-afmeting:
Naarmate de CCD kleiner is tov het filmoppervlak moet deze dichter bij de lens geplaatst worden, teneinde hetzelfde beeld te kunnen capteren (zie fig.). Indien onze CCD dus 1/4 meet van de filmafmetingen, moet deze 4 x zo dicht bij de lens staan.
 
 
Deze figuur is bekeken loodrecht op het filmoppervlak, je zou dus recht in de ogen van de slang gapen, door de film, CCD en de lens. Er moet toch iets tussenzitten om je veilig te voelen ;-)).
 
Aangezien de kegel op de CCD 4 x kleiner is dan op het filmoppervlak zal ook de kegel voor een gegeven diafragma voor elk beeldpunt (zie boven) en dus ook de verstrooiingscirkel 4 x kleiner zijn. Daaruit volgt dat de dieptescherpte 4 x groter wordt.
 
Nota: Niet alle CCD`s zijn 1/4 kleiner; dit varieert per cameramodel. Daarom is de dieptescherpte bij een gegeven diafragma niet gelijk bij elke digitale camera. Bij professionele SLR-camera's staat de CCD niet dichter bij de lens, maar op exact dezelfde afstand als het filmoppervlak. Mits deze CCD's echter (momenteel) kleiner zijn dan het filmoppervlak, krijg je dus minder op je foto bij hetzelfde brandpunt. Vandaar het multipliereffect.
 
4 Toepassing in je camera:
 
Eerst en vooral moet jeweten dat er verschillende groepen camera`s zijn;
  1. Richt En Klikkers (REKkers) ~ film-compactcamera's. Quasi geen manuele opties. Meestal noemen we ze “poin and shoot” camera’s
  2. GeAvanceerdere Modellen (GAMmen) ~ film-reflextoestellen en  de prosumer camera’s. Ze hebben uitgebreide(re) instellingen
  3. Lastige camera`s
  4. slechte camera`s
  5. ...
Op de REKkers heb je geen controle over sluitertijd en dieptescherpte.
Op de GAMmen heb je deze opties wel; Vaak zoniet altijd te kiezen met een keuzedial-knop met daarop;
 
  • P-mode: Program-mode of Programma-modus
  • A-mode: Aperture priority mode of diafragmavoorkeuze.
  • S-mode: Shutter priority mode of sluitertijdvoorkeuze.
  • M-mode: Manual mode of mauele modus
-P-mode:
De camera bepaalt de diafragma- en sluitertijdinstellingen automatisch ahv beeldcontrast, autofocusinformatie,... en dit volgens een fabrikantspecifieke bibliotheek. Deze kan voorgesteld worden aan de hand van grafieken waaruit de combinaties te bepalen zijn. Eigenlijk om van je GAM een REKker te maken. Werkt goed, daar niets van.
 
-A-mode:
Gebruiker kiest het gewenste diafragma en de slimme camera stelt de sluitertijd in.
 
-S-mode:
Gebruiker stelt de gewenste sluitertijd in en camera doet de rest (vergeet niet dat je zelf nog moet drukken).
 
M-mode:
-Gebruiker bepaalt zelf de combinatie waarbij de afwijking t.o.v/ het cameravoorstel weergegeven wordt in stops (zie Exposure Value).
 
Bij vele modellen word deze reeks aangevuld met een aantal pictogrammen. Deze vertegenwoordigen reeds een bepaalde combinatie van sluitertijd en diafragma ten behoeve van een specifieke modus (portret, landschap,...).
Uiteraard kiest de camera de bijhorende waardes steeds in functie van een zo correct mogelijke belichting.

5 Exposure Value
 
Beter gekend onder de initialen EV. Letterlijk vertaalt: blootstellingswaarde. Ik wou dat wij mensen ook zoiets kenden ;-)). Het is een internationaal erkende reeks getallen die allen een bepaalde lichthoeveelheid vertegenwoordigen. Een EV waarde wordt bepaald door een combinatie van diafragma en sluitertijd
          
          Klassieke reeks;
          
Alle gelijke getallen in de tabel stemmen overeen met eenzelfde lichtopbrengst. Met langere sluitertijden worden de waarden negatief. Als nulpunt is een combinatie gekozen van diafragma 1 met een sluitertijd van één seconde. Kwestie van ergens te starten.
Wat is bijvooorbeeld de EV als je camera aangeeft; f/5.6, St 1/125 sec? Een pantoffeldiertje ziet dat, dat is EV 12. Zit je nu in zo`n moeilijk geval en wens je een +1 compensatie toe te passen; wel, dan druk je op het gepaste knopje en je uiterst intelligente camera zoekt dan een lagere EV waarde, namelijk 11. Kwiek hé, + is eigenlijk -. Rare jongens, die makers. Of er zit een foutje in de denkwijze van deze rare jongen ;-(.
Wat hij nu kiest hangt af van de programmamodus van de camera;
  • Sta je in P-mode dan kiest hij uit alle opties met EV 11 wat hij denkt dat best past bij de opname.
  • Sta je in A-mode dan kiest hij de EV waarde met hetzelfde diafragma maar verlaagt hij de sluitertijd (in ons geval naar 1/60)
  • Sta je in S-mode dan laat hij de sluitertijd ongemoeid en kiest hij een ander diafragma (in ons geval 4)
In de moderne slimme camera`s wordt deze tabel ietwat bij de haren getrokken en kan je zelfs kiezen uit 1/3 stops, met een stop zijnde ofwel een lichtverdubbelend/-halverend echt diafragma of een dubbele/halve sluitertijd. Dit kan allemaal dankzij de huidige elektronica-informatica. Daarom zal je soms sluitertijden van 1/80 of 1/143 zien in je EXIF-info*.
          *EXIF-info: informatie betreffende de opname die vervat zit in het beeldbestand van de camera. Op te roepen binnen onder andere camerasoftware.
 
          Digitale reeks;
          
Onmiddellijk valt op dat bepaalde waarden geen echte stops zijn!
 
Praktisch nut:
De EV compensatie biedt je manuele correctie aan zonder volledig naar manuele modus te moeten gaan;
        
  +EV:
  • Is het licht fel en kijk jij naar de zon: +EV
  • Omgeving zeer helder en onderwerp donker (mensen in sneeuw of op strand)
  • ...
-EV:
  • Is het fel en staat de zon achter jouw: -EV
  • Omgeving zeer donker en onderwerp licht ( podiumartiesten bij optredens)
  • ...
Kortom, in extreme situaties is EV-compensatie je redder!
LET WEL! Compensatie werkt omgekeerd evenredig voor de 2 beeldgebieden (helder-donker). Je kiest voor een optimale belichting van het hoofdonderwerp. De omgeving zal altijd onder-of overbelicht zijn.

standaardmeter; highlights (lichte gebieden) bijna ongedetailleerd.
EV -1.3 Bloemen beter belicht, achtergrond donkerder.

Natuurlijk kan je ook dit weer op alternatieve manieren gaan oplossen;
  • inzoomen, belichten voor één bloempje, AE-lock indrukken, uitzoomen, compositie maken en afdrukken
  • spotmetering (zie later)
  • ...
6 Overige basisinstellingen:
 
Iso-waarden:
Als je de moed bijeengeraapt hebt om eindelijk de menustructuur van je camera te verkennen, zal de iso-instelling één van de eerste dingen zijn die je ziet. Deze instelling kent een automatische optie of enkele manuele voorkeuzes. Deze instellingen werken exact zoals hun filmequivalent. Lagere lichtomstandigheden vragen hogere filmgevoeligheid en dus hogere iso-waarden. Deze verhoging in iso-waarde gaat ten koste van detail, maar blijft niettemin een bruikbare optie, hoewel het resultaat op je monitor misschien hopeloos lijkt.

Witbalans:
Dit is eveneens een overblijfsel uit de filmtijd. Naargelang de omgeving is het (was het ooit) aanbevolen een ander filmtype te gebruiken. Men kent kunstlichtfilm en daglichtfilm en deze hebben beiden een andere reactie op de kleurtemperatuur. Is het je nooit opgevallen dat personen er gelig uitzien op binnenhuisfoto's met je klassieke filmpje?
Wel, dit is wat de witbalans-optie doet in een digitale camera. Ze compenseert de kleurtemperatuur van de omgeving zodat kleuren exact weergegeven worden. Laat deze instelling initieel gerust op automatisch voorkeuze staan. Ondervind je naderhand dat je camera een beetje te lui is om ter gepaster gelegenheid de witbalans te wijzigen, gebruik dan manuele voorkeuze. Vergeet echter niet de witbalans terug op auto-mode te zetten na de fotosessie. Je zou wel eens voor een verrassing kunnen komen te staan bij de volgende fotosessie.
Bij kritieke foto's onder specifieke omstandigheden (bewolkt, tl-licht,...) kan je wel best de manuele instelling gebruiken. Zo kan hier toch niets verkeerd lopen.
 
Macroknopje:
Alle digitale camera's zijn voorzien van een zogenaamde macroknop. Deze maakt het mogelijk het scherpstelbereik van de lens te verplaatsen zodat je "macro-foto's" kan nemen. 
Indien je op bepaalde momenten merkt dat je camera weigert scherp te stellen op verder gelegen voorwerpen, kijk dan even na of deze macrofunctie niet geactiveerd staat. Eén druk op de betreffende toets en alles is weer ok.
 
AF/MF:
Vele digitale camera's bieden ook een keuze tussen automatische of manuele scherpstelling. Dit kan ook een bron van ellende zijn bij het scherpstellen. Dezelfde redenering als voor macro geldt ook hier . Manuele scherpstelling maakt het de gebruiker mogelijk om zelf het scherpstelpunt vast te leggen, wat in specifieke situaties handig kan zijn. Autofocus werkt dezer dagen echter zeer goed en is dan ook de aanbevolen instelling. Bekijk manuele scherpstelling als een noodoplossing.
 
Lichtmeetmethode:
Digitale camera's bieden ook een keuze aan om de lichtmeter in te stellen. De lichtmeter is de kabouter die ervoor zorgt dat je foto (in P-,S- en A-mode) correct belicht wordt. Standaard zal de lichtmeter ingesteld staan op een modus die voor de meeste mensen en situaties volkomen bevredigend is. Merk je echter dat je foto's ondanks alles toch verkeerd belicht zijn, stel dan een andere lichtmeetmethode in. Zulke situaties kunnen zijn: tegenlicht, macro,... Omdat de contrasten hier te hoog zijn voor de standaardinstelling, kan je hier best opteren voor een alternatieve methode als bijvoorbeeld spot- of centerweighted-meting.
De modi voor jouw camera staan vast en zeker vermeld in de handleiding.
 

AE-lock: 
Of alternatieve panorama knop ;-)
Als je een belichting instelt, of de camera de belichting laat kiezen en je houdt deze knop ingedrukt, wordt deze belichting vastgehouden tot je de knop lost. Misschien nog eens herlezen ? Als je dus panoramaopnamen wil maken met een third-party kaartje bij olympus, of met andere toestellen, deze knop ingedrukt houden zodat elke deelfoto hetzelfde belicht wordt.

 
Wij wensen je de juiste aankoop van de voor jou “ beste camera van de wereld”.
Veel foto genot!
 

 
 © 2005 Belgiumdigital